vrijdag 22 februari 2008

Over Ieren, Lien Van de Kelder en voetbal.

De Champions League is terug begonnen en dat geeft de Italianen terug hun wekelijkse bron van discussie. En Berlusconi zijn electorale campagnevoordeel, maar soit. Ik heb mij dus eens caféwaarts begeven om de match Liverpool-Inter Milaan te bekijken. Aangezien Italië niet echt een cafécultuur heeft, moet een mens zich noodgedwongen, maar niet geheel tegen zijn zin, richting Irish pub wenden, waarvan er zich in Turijn om mij volslagen onbekende redenen behoorlijk wat bevinden. Eén ervan heb ik al direct tot mijn Turijnse stamkroeg uitgeroepen, zie. De six nations Irish pub. Six nations, dat staat voor de zes grote rugbylanden (waaronder Italië). Ze hebben er uitstekende hamburgers en de bediening bestaat er uit Italianen, gekleed in Schotse rokken. Het klinkt hilarisch, het is hilarisch, maar 't is wel een gezellige kroeg. De enige broekdragende persoon is een Engels sprekende, niet onknappe jongedame, waarvan een Noorse vriend sterk vermoedde dat ze daadwerkelijk Iers is. Bij navraag bleek ze echter Duitse te zijn, waardoor haar 'niet-onknapheidsfactor' enkele punten naar beneden ging, maar soit. Over 'niet-onknapheidsfactoren' gesproken : doe uzelf een plezier en stem op www.humo.be Lien Van de Kelder uit de kleren. Zo, dat moest er toch even uit :-).

Maar goed, voetbal dus. Om eerlijk te zijn, het Italiaanse voetbal is niet echt het meest aantrekkelijke. Afgelopen weekend Juve-Roma gezien en 't is vooral catenaccio, met een enkele goal (Del Piero) in een stilstaande fase. En dat vond de gazzetta dello sport (beter bekend als 't roze gazetteke) achteraf een 'magische match'. Ik vond het vooral uitblinken in saaiheid en het gros van de mannetjes op het veld kan wat mij betreft beter richting acteurswereld stappen. Geef toe : Shakespeare's 'Romeo and Julia' met Materazzi als Romeo, Totti als Julia en Inzaghi als expressieve boom in de achtergrond moet wel een denderend succes worden. Gelet op de prachtige schwalbes, handgebaartjes en dergelijke meer zal er niet veel nascholing nodig zijn; in het geval van Inzaghi zal er zelfs geen enkele nascholing meer nodig zijn.

Het hoeft dan ook geen verbazing te wekken dat mijn voorkeur een beetje naar Liverpool uitging. Niet geheel ongevaarlijk in Italië. Gelukkig zit ik in Turijn en durven er nogal wat Turijners serieus hun opgestoken middelvinger richting beide Milanese teams (en vooral team Berlusconi) te steken. Er was wel wat discussie toen Frank De Bleeckere mijn avond goed maakte door Marco 'San Calcio' Materazzi van het veld te sturen. De helft der cafégangers kon er mee leven, de andere helft niet. Ik vond het voornamelijk zeer grappig, heb luidop 'Goed gedaan, Frank' geroepen (ze verstaan me toch niet), maar voor de rest heb ik mijn nationaliteit maar verzwegen. Kwestie van toch maar niet te veel te provoceren...

maandag 11 februari 2008

De melkweg

Pfff, het leven kan toch lastig zijn. Op zondag om 7.35u een bus pakken, die zich vervolgens door kleine dorpjes een weg baant om ergens in een onooglijk boerengat in de bergen terecht te komen. Vervolgens in die bus de uit de Giro welbekende colle di Sestrière oprijden om na 12 kilometer spectaculaire uitzichten in Sestrière terecht te komen. Om 9.20u een skipas voor een dag kopen en vervolgens ski's huren om vervolgens even voor tienen wat hellingen af te zoeven en wat foto's te nemen:





Zowaar, zowaar, ik was er terug vrij rap mee weg, met dat skiën. Sestrière is een van de skistations van het vrij uitgestrekte gebied dat Via Lattea (melkweg dus) heet. Het was voornamelijk in de stations van de Via Lattea dat de Olympische winterspelen van 2006 werden gehouden. De stations zijn dus behoorlijk in orde. En vooral : gemakkelijk en goedkoop te bereiken vanuit Torino. Maar 't is toch een raar gevoel, zo efkes de bus pakken om een dagje te gaan skiën. Niet onprettig evenwel...

vrijdag 8 februari 2008

Grrrrrr

Ook al is het een droevige dag en voelen we allemaal mee met Hans, nu Benny Neyman jammerlijk van ons is heengegaan, het is tijd om deze blog nog eens als frustratieafreageermiddel te gebruiken. Niet Banca di Roma deze keer, daar ben ik gelukkig al een hele tijd niet meer naartoe moeten gaan. Dit keer verdient A.S.L. het om voorwerp van boe- en "oereoere"-geroep te zijn. A.S.L. is hier het lokale ziekenfonds. Om met alle paperassen in orde te zijn, wordt er blijkbaar verwacht dat je je hier bij een ziekenfonds inschrijft (naast de gewone Belgische bijdrage uiteraard). En dat is in principe simpel... zo zeiden ze mij bij de CM toch. Niets nodig, zeiden ze, gewoon naar A.S.L. gaan, inschrijven, formulierke vragen en opsturen naar België en that's it.

Dat is uiteraard zonder de inefficiëntie van de Italiaanse administratie gerekend. Inefficiëntie is voor de Italiaanse administratie namelijk niet zomaar een begrip, het is een ware kunstvorm. Nimmer raak ik uitgekeken op de manier waarop ambtenaren hier inefficiëntie hoog in het vaandel voeren. Ze zijn soms zo inefficiënt dat het niet meer irritant is, maar dat je het zowaar mooi begint te vinden en spontaan, onder het luide roepen van 'Bravo, bis, tris', wilt beginnen applaudiseren. Of om het anders uit te drukken : als de administratie hier niets doet, doet ze het goed. En ze doet hier veel goed...

Het was dus weer van dat. Met al mijn papieren bij een besnorde mens gegaan (Gianni heette hij), die niet begrijpend mijn papieren bekeek. De papieren waren immers in het Engels opgesteld en daar snappen ze dus echt geen woord van. Internationale taal, weet je wel. Enfin, de besnorde mens wist mij te vertellen dat ik een Europese ziekteverzekeringskaart nodig had, iets wat ik ten dele wel kon begrijpen. Ik vond het verhaal van de CM immers nogal verdacht. Enfin, 1-0 setwinst voor Gianni, mijn beurt om terug te slaan. En dus maar die Europese ziekteverzekeringskaart aangevraagd (vonden ze bij de CM blijkbaar nogal verdacht, maar enfin, ze weten het nu ook voor de volgende keer :-)) en laten opsturen naar Italië. Dat duurt ongeveer een week (prior uiteraard). En dan vol goede moed terug naar mijn goeie vriend Gianni. Gianni herkende mij niet meer, dus de ganse procedure begon opnieuw. Dit keer kon ik zijn venijnige lob van de Europese ziekteverzekeringskaart echter direct pareren met het ding in kwestie. Helaas, driewerf helaas, hij smashte mij direct weer uit door mij te vertellen dat ik het ding eigenlijk niet nodig had. Kijk, dat had ik nu eens niet zien aankomen, zie. Ik moest blijkbaar het formulier E106 aanvragen. Tot die conclusie kwam hij nadat hij nogmaals niet was uitgeraakt aan mijn Engelse papieren. En het ligt echt niet aan het feit dat ik zijn Italiaans niet begreep. Hij had vorige keer immers een fotocopie van de Europese ziekteverzekeringskaart gemaakt, opdat ik toch maar zou snappen wat ik zou nodig hebben. Enfin, 2- 0 voor Gianni en ik heb dus nog maar eens de CM verwittigd dat ik het formulier E106 nodig heb, waarvan ik overigens terug een kopietje heb gekregen. Eenmaal dat is gearriveerd, zal ik de volgende set maar proberen binnen te rijven.

Conclusie : het verdere verloop van deze match belooft boeiend te worden en ik zal zeer waarschijnlijk pas kunnen gaan slapen als Gianni mij alle sterren heeft laten zien. Het zal ongetwijfeld een vijfsetter worden, maar ik ben vastbesloten om deze match te winnen.

maandag 4 februari 2008

Politiek in Italië - the sequel

Awel ja, het is dan toch gebeurd. De regering in Italië is gevallen. Zoals het hoort in Italië ging dat met het nodige theater gepaard. Wat is er eigenlijk precies gebeurd?

Wel, sleutelfiguur is Clemente Mastella, de zogenaamde 'Guardasigillo' oftewel de minister van Justitie. Mastella is tevens leider van de partij UDEUR. Geen flauw benul waar dat voor staat, maar 't zijn centrum-linkse katholieken. UDEUR was levensbelangrijk voor het voortbestaan van Prodi's regering. En dat is eigenlijk moeilijk te snappen. UDEUR is namelijk niet echt de populairste partij van Italië. De partij telt ook niet echt veel leden. Eigenlijk bestaat UDEUR uit Mastella, zijn vrouw en enkele van zijn neven. Een echte familiebusiness. Mastella zelf haalde bij de vorige verkiezingen de monsterscore van ... 1,43%. Dat is hier dus genoeg om minister van Justitie te worden. Allen hierheen dus...

Mastella is ook niet echt onbesproken. Haalde geregeld het nieuws omwille van betrokkenheid in onfrisse zaakjes. Maar hij slaagde er altijd in om het uit te leggen, met grote woorden en wijde armgebaren. Want het is toch zo'n goede katholiek en de stoute mensen van de pers zoeken hem toch zo hard. Zijn vrouw kon het echter niet meer uitleggen. Een paar weken terug kreeg ze huisarrest wegens corruptie. En daar kon manlief niet mee lachen. Hij begon te wenen en met ontslag te dreigen.

En dat was een ramp voor Prodi. Prodi had in de Senaat namelijk een meerderheid met maar een paar zetels op overschot. En laat die paar zetels nu net bezet zijn door Mastella's neven. Enfin, Prodi vroeg Mastella vriendelijk om toch aan te blijven en de goede Clemente ging er eens over nadenken. Dat heeft hij gedaan en het resultaat was een vlammende speech in het parlement waar hij de voltallige Italiaanse magistratuur eens goed de mantel uitveegde, omdat ze het verdikkeme toch altijd weer op die brave politici hadden gemunt. Bij die speech pasten slechts de woorden : "Wat een kerel, wat een minister van Justitie! Wat hebben de rechters het toch goed met zo'n baas." Applaus op alle banken, vooral op die van de rechtse oppositie. Des te meer applaus toen Mastella de verlossende woorden 'Ik kap ermee' uitsprak. Exit Mastella, exit Prodi. Hoewel, Romano was zich eerst precies nog van geen kwaad bewust. Hij wou niet direct zijn ontslag bij president Napolitano indienen, maar wou zichzelf eerst nog eens een pijnlijke afstraffing geven door in het Parlement om het vertrouwen te vragen. Geen probleem in de kamer (daar had hij de neven van Mastella niet nodig om een meerderheid te halen). Wel een probleem in de Senaat (die verrekte neven van Mastella toch). Enfin, de rechtse rakkers konden het maneuver van Prodi om toch maar het vertrouwen te vragen wel appreciëren. Het leverde hem allerlei complimentjes op zoals : "Hij is gestorven zoals een soldaat." Van dergelijke retoriek kan Pieter De Crem nog veel leren. Enkele senatoren konden ook niet lachen om het verraad van de tegenstemmers. Spuwen en slaan was het gevolg. 2 senatoren dienden buiten gedragen te worden : 1 wegens onbetamelijk gedrag, een ander buiten westen wegens de gevolgen van het voorgaande onbetamelijke gedrag. Dolle pret!!!

Crisis dus. Maar wat is nu eigenlijk het echte probleem? Mastella zijn corrupte vrouw? Uiteraard niet, dat is maar een onnozele dekmantel. Het echte probleem zijn de op stapel staande hervormingen, waar de regering Prodi eindelijk eens hoopte werk van te maken. En dat is voornamelijk de hervorming van de kieswet. Want geef toe, 1,43% van de stemmen is toch niet veel om minister te worden. Een nieuwe kieswet drong zich dus op om eindelijk eens een eind te maken aan de wildgroei van belachelijk kleine partijen, die nodig zijn om een regering te vormen, maar allerminst de stabiliteit van zo'n regering garanderen. Maar de kleine partijen konden met zo'n hervorming natuurlijk niet lachen. Mastella al zeker niet.

Enfin, een paar dagen terug heeft de president dan maar beslist dat de senaatsvoorzitter, Franco Marini, een Verhofstadtje mag doen. Hij moet dus een interimregering met beperkt programma proberen op te richten. Voornaamste programmapunt : de kieswet hervormen. Eenmaal de kieswet hervormd, mogen de Italianen terug naar de stembus. Het is echter maar zeer de vraag of Marini's Verhofstadtje niet in een Letermetje zal eindigen. De rechtse kant, good old Silvio voorop, weigert echter de kieswet te hervormen en wil onmiddellijk nieuwe verkiezingen, in de hoop dat ze die eclatant zouden winnen. Zonder de verzamelde oppositie en de kleine partijen, zou het wel eens heel moeilijk kunnen zijn een meerderheid voor de kieshervorming uit de brand te slepen.

Enfin, 't ziet er naar uit dat ik een Italiaanse kiescampagne zal mogen meemaken. Benieuwd hoe dat eruit ziet...

zondag 27 januari 2008

Sporza radio

Goed, ik beschik hier dan niet over een tv om naar het veldrijden te kijken, maar de radio is toch ook wel behoorlijk amusant om alles te volgen. De uitzendingen komen ook wel met alles erop en eraan. Interviews voor de start, enthousiaste live-commentaar en bovenal ook interviews met Lucien Wellens, terwijl hij aan banden aan het sleutelen is. En als de wedstrijd wat stilvalt, leuteren Carl Berteele en Christophe Vandegoor alles wel vol. En dat immer op een hyperenthousiaste toon. Topmoment, het moment waarop Carl uitriep : "Kevin Pauwels komt weer aansluiten, de altijd immer timide, weinig zeggende Kevin Pauwels. Wat is hij toch weer goed vandaag." Het klonk alsof Carl zojuist vader van zijn eerstgeboren zoon was geworden, zo gelukkig klonk hij. De versprekingen zijn ook altijd grappig. Altijd leuk om iemand 'Kaas Vantornout' te horen roepen. Je komt ook te weten dat er twee honden lopen op de E19 aan de afrit Groenendaal. Geef toe, toch wel passende verkeersinfo voor tijdens een WK veldrijden. Ook fantastisch, hoe de reporters proberen wat visuele info mee te geven, zoals : "Hoho, het shirt van Simunek is opengeritst en dan zien we dat hij wit ondergoed draagt." Op een bepaald moment begon Christophe zelfs mee te hijgen met Boom, opdat de luisteraar toch wel een idee zou hebben van hoe hard Boom aan het ademen was.

Wat ook altijd leuk is, is de rubriek "Wat staat er op de iPod van de atleet". Tijdens het WK mocht Niels Albert zijn muziekkeuze aan de luisteraar bekendmaken. Favoriete nummer van de kersverse wereldkampioen : "Geen wonder dat ik ween van de pijn" van Paul Severs. Sporza radio, altijd dolle pret.

En voor de rest : 't is toch wat met die WK's...

zaterdag 26 januari 2008

CERN

't Is al een tijd geleden dat ik hier nog eens iets heb opgezet, maar dat is vooral te wijten aan het feit dat ik de afgelopen week weg was. Het was weer de tijd van het jaar voor de jaarlijkse winterschool van ons Europese snaartheorienetwerk. Naar aloude traditie (toch al sinds een jaar of drie) vindt die school plaats in Cern. Cern (Conseil Européen de recherche nucléaire) is zowat het Mekka van de deeltjesfysica (zeker voor de experimentatoren, maar ook wel voor de theoreten). Toen ze in de jaren '50 besloten om Cern te bouwen, moeten enkele big shots gedacht hebben dat het wel een leuk idee was om het leven van diegenen die er zouden werken tot een administratieve hel om te bouwen. Ze vonden er dus niets beters op om de hoofdgebouwen in Genève neer te poten, op ongeveer 100 meter van de grens, met bijbehorende douaniers. Daar Genève nu niet zo'n goedkope stad is, verkiezen de meesten om ergens in Frankrijk te gaan wonen. Met als gevolg dat ze dagelijks tweemaal de nodige paspoortcontroles en andere rompslomp mogen ondergaan.

Cern bestaat voornamelijk uit een hele grote ringvormige tunnel, omtrek van 27km, 100 meter onder voornamelijk de Franse grond. Op vier plaatsen wordt de tunnel onderbroken door enorme ondergrondse fabriekshallen zeg maar, waar reusachtige detectoren in worden geplaatst. Om een idee te geven, de grootste detector bevindt zich in een hal waar ook een kathedraal in past. Wat ze van plan zijn om te doen is eigenlijk redelijk simpel. Als alles goed gaat, zullen ze eind dit jaar beginnen met 2 stralen protonen in die tunnel te spuiten. Door een ingewikkeld stelsel van magneetvelden worden die twee stralen dan versneld tot ze rondtoeren in de tunnel met een snelheid die heel dicht tegen die van licht ligt. De twee stralen zullen naast elkaar rondtoeren (gescheiden door enkele centimeter), maar wel in tegenovergestelde richting. Op die vier plaatsen waar detectoren staan opgesteld, moeten de stralen elkaar snijden. Daar zullen die protonen dus nogal onzacht met elkaar in aanraking komen en zo'n botsing geeft aanleiding tot de productie van een hoop elementaire deeltjes, die men vervolgens probeert waar te nemen met behulp van de detectoren. Het eindproduct van zo'n botsing stelt fysici in staat om wat bij te leren over de fundamentele interacties (krachten) die in de natuur werkzaam zijn. Het ganse project heet LHC ('Large Hadron Collider') en is nu toch al bijna 30 jaar in ontwikkeling.

Wel, het klinkt simpel, maar het ganse project is een sterk staaltje van technologisch kunnen. Eigenlijk is het een mooi voorbeeld van waar de mens op dit moment op technologisch vlak toe in staat is. Het strafste aan gans het project zijn eigenlijk de magneten. De tunnel is namelijk over de ganse omtrek volgezet met magneten, waarbinnen de twee protonenstralen bewegen. Het magneetveld dat nodig is voor LHC is zeer sterk en kan alleen maar gemaakt worden met behulp van supergeleidende magneten. Dat zijn dingen die alleen maar werken bij temperaturen die heel dicht bij het absolute nulpunt zitten. In de praktijk betekent dat dat de ganse ring dient afgekoeld te worden tot -271°C wanneer experimenten plaatsvinden. De detectoren op zich zijn uiteraard ook al een sterk staaltje van technologisch kunnen, net als het informaticasysteem dat LHC ondersteunt.

Enfin, normaal gezien moest LHC al operatief zijn, maar door omstandigheden is dat nog niet het geval. Tegenwoordig beweren ze dat deze zomer de eerste stralen zullen rondtoeren. Volgens insiders is dat echter een beetje positief en zullen ze in Cern al blij zijn als ze het einde van dit jaar halen. Voor diegenen die meer willen weten (ook over wat men nu precies met LHC hoopt te bereiken) : op de website van LHC vind je meer.

En o ja, om toch maar een beetje chauvinistisch te zijn, LHC zou normaal gezien een Belgische Nobelprijs fysica moeten opleveren. Een van de voornaamste doelen van LHC bestaat er namelijk in het zogenaamde Higgs-deeltje te detecteren. In België spreken we liever over het Brout-Englert-Higgs deeltje, naar diegenen die het onafhankelijk van elkaar voorspeld hebben. En laten Brout en Englert nu net twee Belgen zijn...

zondag 13 januari 2008

Verborgen schatten in Lingotto

Lingotto is een begrip in Torino. Het is een gigantisch gebouw, in industriële (van buiten lelijke) stijl dat toebehoorde aan FIAT. Een van de redenen waarom het gigantisch is, is omdat het dak ervan in beslag wordt genomen door het vroegere testcircuit van FIAT. Tegenwoordig is er niet zoveel auto-industrie meer te merken. Een deel van Lingotto wordt ingenomen door de burgies (afdeling automechaniek uiteraard), een ander deel is museum (de indrukwekkende kunstcollectie van de FIAT-bazen), nog een ander deel is gereserveerd voor shoppingcentra.

Het leukste deel is echter gereserveerd voor het foutste woordgrapje dat Italië rijk is : Eataly (zie hier). Eataly is zowat de lokale tempel van de Italiaanse gastronomie. Je vindt er een vreemde mengeling van supermarkten en restaurants. Je kunt er allerlei eet- en drinkbare producten kopen, stuk voor stuk artisanaal geproduceerd volgens aloud Italiaans recept. Geen Bertolli-olijfolie dus, maar wel 100 andere soorten. 't Is niet direct het goedkoopste, maar je vindt er ook wel betaalbare dingen. Het leukste aan Eataly is dat je er ook veel kan proeven. Dit gebeurt niet door de klassieke GB-madammen en -heren die op een klein vuurtje de nieuwste Royco-soep aanprijzen of stukjes kaas en salami presenteren, maar door kleine restaurantjes, die zich kriskras tussen de koopwaar bevinden. Die restaurantjes bestaan uit ronde eilanden, omgeven door een ronde toog en tafeltjes. Binnen het eiland wordt gekookt, aan de toog of de tafels wordt gegeten. De keuze van eilanden representeert een klassieke Italiaanse maaltijd. Je kunt beginnen met het salami-en-kaas-eiland, vervolgens naar het sla-en-soepen-eiland gaan, dan wat rosbief binnenspelen aan het vlees-eiland of wat vis aan het vis-eiland. Afsluiten doe je op het desserten-eiland. Voor degenen wiens beurs wat minder gevuld is met eurobriefjes is er uiteraard ook een pizza-eiland.

Wat mij betreft zijn de kelders van Eataly echter ook meer dan een bezoek waard. Er zijn er twee : een wijnkelder en een bierkelder. En die bierkelder mag er zijn. Voor diegenen die het kennen, je vindt er het 'Lurisia'-bier, volgens de lokale reclame, 'een uitstekend bier van 9°, gebrouwen naar aloude Belgische traditie, op de wijze der trappisten'. Volgens mij : een fluitjesbier dat eerder naar 4° smaakt, de volle rijpheid van een trappist mist en eerder naar een bijzonder flauwe gueuze smaakt. De Italiaanse bieren zijn echter fel in de minderheid in Eataly. Ongeveer de helft van hun selectie bestaat namelijk uit Belgische bieren. Ze kennen er blijkbaar dan toch iets van. Eataly is dus de plaats om hier een voorraad Westmalle, Rochefort, Orval, Achel, Duvel en consoorten op te kopen. Ik moet zeggen dat ik toch wel verrast was door de bieren die je hier kunt vinden. Een Saison Dupont bijvoorbeeld is nu toch niet wat ik hier direct verwachtte, maar ja, ze hebben het. Evenals bijvoorbeeld het kerstbier van Abbaye des Rocs. En, ten bewijze, dit: