vrijdag 22 augustus 2008

CERN

Ik schrijf vanuit een hotelkamer in Genève, een afgelikte stad, keurig, netjes, tikkend als een Zwitsers uurwerk. Bijzonder regelmatig dus, maar ook zonder excessen. Zonet is 'Strings 2008' afgelopen, de jaarlijkse hoogmis van de stringtheoreten. Aangezien binnenkort het LHC-experiment wordt opgestart (zie vorige post), heeft men besloten om de conferentie dit jaar symbolisch in CERN te houden. En over CERN wil ik het toch eens even hebben.

Over LHC zal ik het niet meteen hebben. Ik heb het er ooit al eens over gehad en wat googelen en wikipedia-en zal wel info genoeg opleveren. Ik volsta hier met te zeggen dat fysici van LHC verwachten dat het experiment revolutionaire data zal opleveren. De meest gehoorde frase in deeltjesfysicamiddens in deze periode luidt ongeveer als volgt : "These are exciting times to live and work in, as LHC is bound to provide us with revolutionary data."

Ik wil het echter vooral eens hebben over het gevoel dat iemand krijgt als hij in CERN rondloopt. Dat gevoel is immers zo kenmerkend voor het 'wetenschapper-zijn'. Kortweg : CERN is een doodsaaie plek, vlakbij een niet echt exuberante stad (Genève). CERN ademt werken uit. Concreet in mijn geval (dat van theoretisch fysicus) : van zodra ik het domein betreed, besluipt mij het gevoel, ja zelfs verlangen, om mij ergens in de cafetaria te zetten en een paper te lezen of wat berekeningen te doen. En als ik in een sociale bui ben, dan toch op zijn minst een kennis op te zoeken om wat over fysica te babbelen of te discussiëren. Er valt in CERN werkelijk niets te beleven, tenzij fysica. Dat geldt zowel voor theoretische fysici als voor de experimentatoren of de ingenieurs die hier werken.

Het is evenmin een dynamische plek. Alle kantoren stralen een jaren '50-'60-sfeer uit, want ja, alle geld gaat hier naar hetgeen onder de grond zit. De gebouwen bovengronds verdienen niet al te veel aandacht. Er is evenmin veel enthousiasme, iedereen werkt gewoon aan zijn ding en probeert te doen wat gedaan moet worden om zijn ding te voltooien. En dat ding is meestal een belachelijk detail. Er zijn hier bij wijze van spreken mensen die gewoon een jaar bezig zijn met een vijs onder de grond (lichtelijk overdreven natuurlijk, maar het geeft toch wel een beetje het gevoel weer). Echt superenthousiast kun je er niet van worden. De meeste mensen lopen hier wat verveeld, bijna gefrustreerd, nadenkend rond. Er wordt gewerkt, gegeten en gewerkt. En als er gepraat wordt, dan gaat het over wat men aan het doen is, werken dus.

Bovenstaande paragrafen geven niet echt een rooskleurig beeld van werken in CERN. En toch : ik kom hier graag. En ik denk ook dat de mensen die hier werken, hier ook echt wel graag werken. Ze tonen het alleen niet. Want ook al is iedereen hier met een detail bezig in een saaie omgeving, iedereen beseft dat dat detail deel uitmaakt van een onderneming die de grens van de menselijke kennis weer wat zal vooruitschuiven. Nergens kun je beter het 'deel van het geheel'-gevoel ondervinden, dat zo karakteristiek en broodnodig is voor wetenschap, dan hier in CERN. Iedereen hier werkt samen aan één enkel doel : iets meer begrijpen van de wereld waarin we leven. En als dat doel eist dat je moet leven en werken in CERN, so be it. Dan doe je dat als wetenschapper graag.

En daarom kom ik hier graag...

Geen opmerkingen: